Op de markt zijn je sloffen geen cent meer waard

geplaatst: 8 april 1998

Jan Koopmans

Duizenden jaren geleden, de auto en de tv bestonden nog niet eens, is er iemand op het idee gekomen om met een kraampje op straat te gaan staan om zijn handelswaar te verpatsen. Op dit moment, zo vlak voor de eeuwwisseling, bestaat deze barbaarse wijze van handeldrijven nog steeds. De markt, want daar gaat het over, schijnt voor sommige mensen nog steeds het ultieme boodschappen doen, te betekenen. 
Laatst mocht ik met mijn vrouw mee, bij uitzondering want ik kijk altijd teveel naar mooie vrouwen, nou lekker ben je daarmee zeg! Nadat we eindelijk de auto ergens tussen hadden gefrommeld, konden we ons mengen in het sjokkende publiek. Nou ben ik iemand die graag gewoon loopt in mijn eigen aangeleerde snelheid, dus dat gaf direct al problemen. Op het moment dat we in de buurt van de zuurstokken kwamen, moest de snelheid plotseling sterk worden gereduceerd. Als een waggelende eend schoven we van de zuurstokken naar de matrassen  en daarvandaan hebben we in tien minuten tijd kans gezien naar de kaasboer aan de overkant te komen. Toen ik op een gegeven ogenblik ergens een vlag van de visboer zag, wilde ik snel die kant op rennen om me een lekkerbekkie aan te schaffen, maar dat eindigde met een salto-mortale achterwaarts met schroef en ik eindigde achterover in een fietstas van een struise boerendochter die juist een paar prachtige preien had ingekocht. Haastig krabbelde ik overeind en wilde net vragen waarom de betreffende dame eigenlijk met een fiets dit gevaarlijke terrein op was gekomen, maar ze was me voor. Kun je niet uit je doppen kijke, snauwde ze me op zoetgevooisde stem lieflijk toe. Ik ben maar weer door gelopen, want dat deed mijn echtgenote ook, ze wilde er niet bij horen hoorde ik later van haar. 
Na wat omzwervingen en twee opengehaalde enkels, door kinderwagen wieltjes, kon ik eindelijk even bijkomen bij een garens en knoopjesboer die toch niets te doen had. Ik heb toen, zittend op een leeg krat, mijn wonden gelikt en me voorgenomen thuis een brief aan de burgemeester te schrijven. Ik ga hem vragen een algeheel inrijverbod voor kinderwagens en fietsen in te voeren voor markten! Trouwens van mij mogen ze de hele markt wel afschaffen, het is uit de tijd, en belachelijk! 
Laatst kocht ik bij een behoorlijk betrouwbaar overkomend mannetje, met een schoenen kraampje, een stel stevige stappers. Ze zijn prima hoor meneer, en je hebt ook nog een maand garantie, fluisterde hij mij zachtkens toe, alsof het een top geheim betrof. De dag erop brak de hele zool doormidden en dat terwijl ik net op bezoek was bij een hooggeplaatste wethouder, van welzijn recreatie en nog wat. Ach, dacht ik in mijn na´viteit, ik heb garantie en dus kan ik de eerst komende markdag even een paar nieuwe halen. 
Wat hebbie daar nou mee uitgevreten? Riep de zogenaamd erg verbaasde markthandelaar mij toe bij het zien van mijn gecrashte veterdozen. Nou, gewoon alleen maar op gelopen, vertrouwde ik hem zachtjes toe. Nou meneer, ik moet ze naar de fabriek terug sturen, deelde hij mij met toonloze stem mee. Dat heb ik weer, dacht ik, maar goed je kunt niet anders. 
Na de afgesproken twee weken kwam ik eens buurten om te horen of er al een uitslag was betreffende mijn schoeisel. Vreemd, dacht ik, toen ik op de plaats waar normaal de schoenenboer stond, nu ineens een dropverkoper aantrof. Weet u waar mijn schoenmaker is gebleven, vroeg ik aan de goedlopende salmiaktent houder. O, je bedoeld Sjaak? Nou die is verkast naar Arnhem want zijn dochter woont daar en dat is gezelliger voor hem, hij doet nu in leren riemen heb ik gehoord. Als held op sokken ben ik nu van plan om de kinderwagens maar weer op de markt toe te laten, ik kom er toch niet meer.
. 

Jan